Joods! Tora leren en leven.

Een kabbalistische gedachte over het 3e en 6e jaar van de Sjemitta-cyclus

Een chassidische drasja over Sjemitta, Malchoet en de zeven onderste sefirot.

Inleiding – Het innerlijke ritme van de Sjemitta

De Tora beschrijft de cyclus van de Sjemitta als een heilig ritme:

„וְשָׁבְתָה הָאָרֶץ שַׁבָּת לַה׳“
„Het land zal een Sjabbat voor HaSjeem houden.”
(Wajikra / Leviticus 25:2)

De mekubaliem verklaren dat de zeven jaren van de Sjemitta overeenkomen met de zeven onderste sefirot:

חסד – Chesed
גבורה – Gevoera
תפארת – Tiferet
נצח – Netsach
הוד – Hod
יסוד – Jesod
מלכות – Malchoet

De zevende cyclus

– de eigenlijke Sjemitta – is daarom niet slechts een agrarisch gebod, maar de openbaring van
מלכות,
de sefira van het ontvangen,
van de Sjechina,
van de aarde en van het goddelijke koningschap.

א. De leer van de heilige ARI z”l – Malchoet ontvangt alles

De ARI HaKadosj leert in Ets Chajiem:

„לית לה מגרמה כלום“
„Zij (Malchoet) bezit niets uit zichzelf.”

Bron:
עץ חיים, שער ו׳, פרק ה׳
(Ets Chajiem, Sja’ar 6, hoofdstuk 5)

Malchoet heeft geen eigen licht.

Alles wat zij bezit, ontvangt zij van de zes voorafgaande sefirot.

Daarom werkt de mens zes jaar:

Chesed geeft expansie.

Gevoera stelt grenzen.

Tiferet harmoniseert.

Netsach brengt volharding.

Hod brengt toewijding.

Jesod verzamelt en verbindt.

En pas daarna verschijnt:

מלכות
– het ontvangen.

De Sjemitta is daarom geen “nietsdoen”.

Zij is de openbaring van het feit dat uiteindelijk alles van HaSjeem komt.

De mens houdt op met controleren.
De aarde keert terug naar haar wortel.

ב. Het geheim van het 6e jaar – יסוד

Bijzonder diep is de verbinding tussen het zesde jaar en Jesod.

Jesod betekent:

„צדיק יסוד עולם“
„De rechtvaardige is het fundament van de wereld.”
(Misjlee / Spreuken 10:25)

In het kabbalistische denken is Jesod het kanaal waardoor alle hogere krachten naar Malchoet stromen.

Daarom is het 6e jaar de voorbereiding op de Sjemitta.

De Zohar en later de chassidische meesters zien in
Jesod de kracht van verbinding:

Verbinding tussen boven en beneden.

Verbinding tussen hemel en aarde.

Verbinding tussen de sefirot en Malchoet.

Een verklaring hiervoor vindt men ook in de leertradities van de heilige ARI z”l:

„יסוד… מחבר כל הספירות אל המלכות“
„Jesod verbindt alle sefirot met Malchoet.”

Daarom is het 6e jaar niet alleen een economische voorbereiding.

Het is een geestelijke verzameling.

Alles wordt in Jesod geconcentreerd,
zodat Malchoet kan ontvangen.

ג. Het geheim van het 3e jaar – תפארת

Het derde jaar correspondeert met Tiferet.
Tiferet is het midden tussen Chesed en Gevoera.

Het middelste pad.

De heilige ARI z”l legt uit dat Tiferet de harmonie van tegenstellingen is.

Daarom was in het derde jaar van de landbouwcycli historisch ook de Ma’asser Ani bijzonder relevant.

Niet alleen strengheid.
Niet alleen geven.

Maar evenwichtige barmhartigheid.

Tiferet is
רחמים
– erbarmen.

In het chassidische denken van ChaBaD wordt Tiferet vaak verbonden met
אמת
– waarheid.

De Alter Rebbe z”l schrijft:

„תפארת הוא מדת הרחמים הכוללת חסד וגבורה“
„Tiferet is de eigenschap van erbarmen die Chesed en Gevoera omvat.”

Bron:
Tanja / Likkutei Amarim, hoofdstuk 3

Daarom vormt het derde jaar de innerlijke balans van de gehele cyclus.

ד. Malchus en de aarde – de Sjechina in ballingschap

De Sjemitta openbaart Malchoet.

Malchoet is:

de aarde,
de Sjechina,
het Joodse volk,
de maan,
de Sjabbat,
het ontvangen van het goddelijke licht.

De Baal Sjem Tov z”l leerde:

„מלכות פה“
„Malchoet is de mond.”

Bron:
Keser Sjem Tov

Malchoet openbaart het innerlijke naar buiten.

Tijdens de zes jaren gelooft de mens:

“Mijn kracht heeft dit voortgebracht.”

Maar in het zevende jaar wordt onthuld:

„כי לי הארץ“
„Want aan Mij behoort het land.”
(Wajikra 25:23)

ה. ChaBaD-chassidoet – de verheffing van Malchoet

In ChaBaD wordt uitgelegd dat juist Malchoet de diepste wortel bezit.

De Mitteler Rebbe z”l en later de Rebbe Rashab z”l verklaren:

„סוף מעשה במחשבה תחילה“
„Het einde van de handeling was eerst in de gedachte.”

Malchoet verschijnt als laatste sefira
– maar zij was de oorspronkelijke wil.

Daarom is de Sjemitta niet slechts een einde.

Zij is de openbaring van de oorspronkelijke goddelijke wil.

Bronnen:
Torah Or
Likkutei Torah
Hemsjech Samech Vov

ו. Breslover chassidoet – het loslaten

Rabbeinoe Nachman van Breslov z”l verbindt Malchoet met Emoena.

Likkutei Moharan leert:

„עיקר המלכות על ידי אמונה“
„De essentie van Malchoet wordt opgebouwd door Emoena.”

Bron:
ליקוטי מוהר״ן תורה נ״ו

Sjemitta is daarom een daad van radicaal vertrouwen.

De boer zaait niet.
Hij controleert niet.
Hij leeft vanuit Emoena.

Daardoor wordt Malchoet opgebouwd.

Want Malchoet betekent:

Niet het eigen ego regeert,
maar HaSjeem.

ז. Baal HaSoelam / Asjlag – Malchoet als wil om te ontvangen

HaRav Jehoeda Asjlag z”l legt uit dat Malchoet de
„Ratzon Lekabel“
– de wil om te ontvangen – is.

De Baal HaSoelam z”l schrijft:

„מלכות היא בחינת הרצון לקבל“
„Malchoet is de dimensie van de wil om te ontvangen.”

Bron:
תלמוד עשר הספירות, deel 1

De Sjemitta corrigeert precies dit punt.

De mens houdt op de aarde te bezitten
en begint haar als goddelijke gave te ontvangen.

Daardoor wordt Malchoet geheiligd.

ח. De diepe verbinding tussen Jesod en Malchoet

De Kabbala beschrijft Jesod en Malchoet als:

kanaal en vat,
geven en ontvangen,
verbond en openbaring.

Daarom is het 6e jaar zo beslissend.

Wanneer Jesod zuiver is, kan Malchoet goddelijk ontvangen.

Wanneer Jesod beschadigd is, valt ook Malchoet.

Daarom verbinden veel mekubaliem de heiligheid van het verbond
(קדושת הברית)
met het vermogen om de Sjemitta innerlijk te beleven.

ט. De Sjabbat van de aarde

Zoals:

de 7e dag = Sjabbat
de 7e sefira = Malchoet
de 7e jaarcyclus = Sjemitta

zo openbaart zich overal hetzelfde ritme:

Van doen naar ontvangen.

Van controle naar bitachon.

Van arbeid naar devekoet.

Slot – De openbaring van Malchoet

De wereld denkt:

De mens controleert de aarde.

Maar de Sjemitta openbaart:

De aarde behoort HaSjeem toe.

Malchoet betekent daarom niet slechts
“koningschap”.

Maar:

Dat de goddelijke aanwezigheid zichtbaar wordt in de materiële wereld.

Daarom eindigt de cyclus niet in macht,
maar in loslaten.

Niet in bezit,
maar in Emoena.

Niet in ego,
maar in de Sjechina.

En daardoor wordt vervuld:

„והיה ה׳ למלך על כל הארץ“
„En HaSjeem zal Koning zijn over de gehele aarde.”
(Zecharya 14:9)

Vervolg

Dan zal de wereld begrijpen dat Malchoet nooit slechts “heerschappij” betekende.

Want het koningschap van HaSjeem is geen uiterlijke beheersing.

מלכות
betekent:

Dat niets meer afgescheiden lijkt van de goddelijke oorsprong.

De bomen.
De aarde.
Het werk.
Het eten.
De mens zelf.

Alles wordt doorzichtig voor de Sjechina.

Daarom zeggen de mekubaliem dat in de toekomstige Ge’oela zelfs de materie zal stralen.

Niet ondanks haar lichamelijkheid
— maar juist erdoor.

Want de werkelijke wil van de Ein Sof was nooit dat de ziel enkel omhoog zou vluchten.

Maar:

דירה בתחתונים
„Een woning in de lagere werelden.”

En precies daarom staat Sjemitta centraal in de Emoena.

Een mens kan Sjabbat één dag houden.

Maar een heel jaar loslaten
— dat schudt het fundament van het ego.

Sjemitta vraagt de mens:

Waar leef jij werkelijk van?

Van je bezit?

Van je controle?

Van je arbeid?

Of van de Ratzon HaSjeem?

Daarom is de diepste avoda van de Sjemitta niet agrarisch, maar innerlijk.

Het veld van de mens is zijn hart.

En ook daar bestaan zes jaren van werken:

bouwen,
strijden,
ordenen,
corrigeren,
verzamelen,
verbinden.

Maar uiteindelijk komt de zevende fase:

Loslaten.

Niet uit zwakte
— maar uit volledig vertrouwen.

De tsaddik begrijpt dat de hoogste vorm van ontvangen niet nemen is, maar open worden.

Daarom is Malchoet vrouwelijk.

Niet in biologische zin,
maar als spiritueel principe:

Het ware vat dwingt niet.

Het ontvangt.

En daarom bevindt de Sjechina zich juist bij de gebrokenen.

Want wie innerlijk vol is van zichzelf,
kan het goddelijke licht niet ontvangen.

Maar een gebroken hart kan een
Kli voor Ein Sof worden.

Rabbeinoe Nachman z”l zegt in wezen dat de belangrijkste plaats van openbaring juist ontstaat in het diepste gebrek.

Want juist daar roept de mens werkelijk naar HaSjeem.

En misschien is dat het geheim waarom Sjemitta verbonden is met armoede, hefker en gelijkheid.

Plotseling behoren de vruchten aan iedereen.

De arme.
De vreemdeling.
Het dier.
De rijke.

Allen eten van hetzelfde veld.

Waarom?

Omdat Malchoet in haar wortel geen scheiding kent.

Voor de Ein Sof bestaat geen absoluut bezit!

Alles is slechts goddelijke stroom.

Daarom noemen de chassidiem de Ge’oela vaak:
גילוי מלכות
„De openbaring van Malchoet.”

Geen nieuwe wereld
— maar de onthulling van wat altijd verborgen was.

Dat HaSjeem reeds overal aanwezig is.

Dat zelfs de aarde ademt van
Or Ein Sof.

Dat zelfs de materie eigenlijk verlangt naar haar bron.

En daarom eindigt Sjemitta niet met leegte,
maar met beracha.

Juist door het loslaten opent zich het kanaal voor hogere sjefa.

Zoals de Tora zegt:

„וציוויתי את ברכתי“
„Ik zal Mijn zegen gebieden.”
(Wajikra 25:21)

Want daar waar de mens ophoudt zichzelf als bron te zien,
kan de ware Bron verschijnen.

Dat is het sod van Malchoet.

De kroon van nederigheid.

De grootheid van leegte.

Het licht van ontvangen.

En daarom eindigt de gehele beweging van de sefirot niet in Chesed,
niet in Chochma,
zelfs niet in de hoogste orot,
maar in de geheiligde aarde.

In een wereld die geleerd heeft te ontvangen.

Dan zal vervuld worden:

„ביום ההוא יהיה ה׳ אחד ושמו אחד“
„Op die dag zal HaSjeem Eén zijn en Zijn Naam Eén.”
(Zecharya 14:9)

Want Malchoet
— de “Naam” van HaSjeem in de wereld — zal volledig verenigd zijn met de

Ein Sof Zelf.

Cookies Notice

Our website uses cookies. If you continue to use this site we will assume that you are happy with this.