Verklaringen op het Gebedenboek van het BOEK VII de Sjemonee Esree.
INSTRUCTIE
Mizrach
Bij het davvenen, bidden richten we ons altijd naar het mizrach, oosten, de plaats waar vroeger de Tempel in Jeruzalem stond. Maar wat doe je als je niet weet waar het mizrach is, en je wil dawwenen? Indien het absoluut onmogelijk is om het mizrach te bepalen, richt men zich daar waar een Aron hakodesj, heilige Arke is met een Sefer Tora (waarvan onduidelijk is of hij in de juiste richting staat) op het Aron hakodesj. Is ook dat niet aanwezig dan richt men zich in gedachten op HaSjeem.
Staan
Wanneer je onderweg tefillat sjachariet (het ochtendgebed) zegt, moet je erop letten dat je het grote talliet omdoet zoals je dat ook doet wanneer je in sjoel dawwent, want het kleine talliet – de arba kanfot – heeft zelden de voorgeschreven maat. Wanneer je loopt, moet je stoppen, wanneer je Sjema jisraëel en baroech sjeem kewod malchoeto le’olam wa’ed zegt om je heel goed te concentreren. Wanneer je rijdt, is het toegestaan om door te rijden.
Maar voor de tefillat sjemonee esree – het achttiengebed – sta je stil. Wanneer dat onmogelijk is of wanneer je echt veel haast hebt, sta dan – indien mogelijk – minstens bij de eerste drie en laatste drie berachot. Maar als dat niet kan, dawwen je zittend in de wagen of het vliegtuig en buig je zittend. Maar het is beter met alot hasjacher – het eerste ochtendgloren – te dawwenen dan op deze manier.
Hetzelfde geldt bij mincha – het middaggebed. Het is beter de middag sjemonee esree te zeggen een half uur na het midden van de dag, en staande te dawwenen, zoals het hoort dan te wachten tot mincha ketana (tijd van het middaggebed later op de dag).
Kavana – Goede aandacht
Wil men de juiste kavana genereren, dan moet men niet over gebedsvreemde zaken denken en geen gewone gesprekken voeren. Het is belangrijk te begrijpen wat het woord “kavana” betekent, voordat we verder gaan. Kavana kan op verschillende manieren worden vertaald: gevoel, emotie, concentratie of godsdienstige toewijding.
De stam van het woord “kavana” is “kiveen”: richten op. Dit suggereert, dat kavana “gericht bewustzijn” is. Onze gedachte moet inderdaad gericht zijn op één doel. Voor veel mensen is het een bijzonder moeilijke opgave om de hele Sjemonee esree kavana te hebben. Maar het lijkt wel haalbaar voor de eerste beracha (lofzegging) van het staande achttien-gebed.
Volgens de strikte letter van de Sjoelchan Aroech zou het hele achttien-gebed niet geldig zijn als men de eerste beracha zonder kavana heeft uitgesproken en zou het hele gebed herhaald moeten worden.
Voor de meeste mensen is concentratie op de eerste beracha een haalbaar doel. In deze eerste beracha wordt gerefereerd aan de Avot, onze Aartsvaderen, omdat hier het G’dsbegrip van onze Patriarchen aan de orde is. Wij moeten bij het uitspreken van de lofzegging ook denken aan onze persoonlijke relatie met HaSjeem.
Rabbi Kaplan behandelt ook de vraag wat het Joodse begrip van G’d op het ik-Gij-niveau betekent. Hij verwijst ons naar de eerste beracha (lofspreuk) van de Amida (het staande achttien-gebed). De eerste beracha probeert de mens dichterbij HaSjeem te brengen en via deze beracha worden we door de deur van het spirituele naar binnen geleid in de Hogere Werelden (Rabbi Aryeh Kaplan).
Een langzame stijging naar een hoger bewustzijn
Willen wij de Amida tot een werkelijke, spirituele ervaring verheffen, dan moeten wij het achttien-gebed zeer langzaam uitspreken. De Talmoed vertelt, dat de Chassidiem Risjoniem (de vromen vroeger) een volledig uur (3600 seconden) nodig hadden voor het reciteren van de Amida. Omdat er ongeveer 500 woorden in de Amida staan, is dat dus gemiddeld zeven seconden voor elk woord. Dit is bijzonder langzaam davvenen. Maar dit maakt ons duidelijk dat we alleen op deze manier de gewenste diepe kavana kunnen krijgen. Als je drie of vier seconden per woord voor tenminste de eerste lofzegging neemt, kan het een enorm intense spirituele ervaring worden.
Maar door de langzame manier van davvenen, is de kans groot dat onze gedachten zullen afdwalen van de tekst van de Amida. Zodra we dat ons bewust worden, adviseert de Sjoelchan Aroech om deze vreemde gedachte uit ons hoofd te zetten.
Tegelijkertijd zijn de uitspraken van de Magied van Mezrich instructief: vreemde gedachten komen bij ons op om ons te laten beseffen wat we nog moeten verbeteren door onze gebeden. Het is ook erg belangrijk, aldus Rabbi Aryeh Kaplan, om de ogen te sluiten bij het davvenen, tenminste bij het uitspreken van de eerste beracha.
De Ba’al Sjem Tov leerde ons dat wanneer iemand in een toestand van verhoogd bewustzijn verkeert (mochien degadloet), men davvenen moet met de ogen dicht. Terwijl wanneer men in een toestand van beperkt bewustzijn (mochien dekatnoet), men uit de siddoer (gebedenboek) moet davvenen. Omdat we bij het uitspreken van de eerste beracha onze spiritualiteit willen verhogen, moet men de woorden met gesloten ogen reciteren (Rabbi Aryeh Kaplan).
