Joods! Tora leren en leven.

Tefilla – Gebed 2 – Adom Olam

Verklaringen op het gebedenboek van het NIK Boek I – De ochtendberachot de lofzeggingen aan het begin van het ochtendgebed.

ADON OLAM

Adom Olam – Gedicht van onbekende dichter.

Bezingt de grote macht van God, Zijn eenheid, Zijn eeuwigheid en Zijn hulp in alle omstandigheden.

Heer van de wereld, die regeerde voor enig wezen geschapen was,

Werd, toen het heelal naar Zijn wil gemaakt werd,

reeds Koning genoemd.

En later als alles vergaan zal zijn

zal Hij alleen de ontzagwekkende Koning zijn.

Hij was, Hij is en steeds zal Hij er zijn, in volle glorie.

Hij is EEN, en geen ander is met Hem gelijk te stellen

of met Hem te verbinden.

Zonder begin, zonder einde, bij Hem is de macht en de heerschappij.

Hij is mijn God, mijn levende verlosser,

mijn rotsvaste steun in tijd van nood.

Hij geeft me richting* en is mijn toevlucht,

bereid mij te helpen** als ik roep.

In Zijn hand geef ik mijn ziel, als ik slaap en als ik waak.

En met mijn ziel ook mijn lichaam. God is met mij, ik ben niet bang.

* letterlijk: Hij is mijn vaandel.

 ** letterlijk: het aandeel in mijn beker.

LIEFDE VOOR G’DS EENHEID

Liefde voor het G’ddelijke in de Schepping is de hoeksteen van onze Joodse insteek. Hiermee beginnen we ons ochtendgebed. Hoe uit zich die liefde? Liefde is wederzijds. En hoe houdt G’d van ons? Zoveel als wij van Hem houden: ‘Je moet van de Eeuwige je G’d houden met heel je hart, heel je ziel, en heel je vermogen.’ Als wij ons in HaSjeem laten opgaan, zal HaSjeem ons vervullen. Alles wat we nodig hebben, is een hart en een nesjomme. Die hebben we gekregen. Dat zijn de elementen die ons tot mens maken. Het is het vermogen om HaSjeem te zoeken en te vinden, dat ons richting geeft. Daarom zeggen we Sjema, de verklaring van G’ds Eenheid tweemaal daags, om warm, aanwezig en scherp te blijven.

HANDENWASSEN

Instructie: Men wast de handen drie keer afwisselend. Daarna gaat men naar de W.C., wast de handen nogmaals en zegt dan onderstaande berachot.

Uitleg: Zowel al netilat jadajiem als asjer jatsar zijn berachot over ons gevoel als een nieuw schepsel er weer `fris tegen aan te kunnen’.

Geprezen bent U, Eeuwige, onze God, Koning van de wereld die ons met zijn geboden een bijzondere taak heeft opgelegd en ons het handenwassen heeft opgedragen.

Geprezen bent U, Eeuwige, onze God, Koning van de wereld die de mens met wijsheid gevormd heeft en vele openingen en vele holle organen in hem geschapen heeft.

Voor U die in Uw volle majesteit op de Hemelse troon zit, is het duidelijk bekend dat, als één ervan openspringt of verstopt raakt, het onmogelijk is te bestaan en stand te houden voor U.

Geprezen bent U, Eeuwige die een ieder kan genezen en wonderlijke dingen doet.

Mijn God, de ziel die U mij rein hebt gegeven, hebt U geschapen, U hebt hem gevormd, U hebt hem mij ingeblazen en zolang hij in mij is neemt U hem onder Uw hoede, en U bent het die hem eens van mij weg zult nemen, om hem in een verre toekomst weer in mij terug te brengen. Zolang de ziel in mij is dank ik U, Eeuwige, mijn God en God van mijn voorouders,

Meester van alles wat gemaakt is, Heer van alle zielen. Geprezen bent U, Eeuwige die in dode lichamen een ziel terug brengt.



Cookies Notice

Our website uses cookies. If you continue to use this site we will assume that you are happy with this.